Om alle inhoud te kunnen zien hebt u de actuele versie van Adobe Flash Player nodig.

bio A'&A bios A'&A  Sara Picavet biobenjamin.pdf Concerts repertoire media  En Blanc Et Noir NL En Blanc Et Noir EN En Blanc Et Noir FR biobenjamin.pdf 

En Blanc Et Noir NL

'En Blanc Et Noir' OPGENOMEN in Flagey, Brussel (juli 2016) en Brive-la-Gaillarde, Musée Labenche, Frankrijk (augustus 2016) door STEVEN MAES en FELICIA BOCKSTAEL./ PenguinBEELD op cover 'DIVIDED' (2010) van THOMAS LEROOY - Centre Pompidou ParisFOTO's in booklet van VIRGINIE SCHREYEN in Musée Labenche, Brive-la-GaillardeHET CONCEPTIk heb de vreselijke zwakte dat ik van muziek houd om de muziek, en niet om het succes - overigens twijfelachtig - dat zij u kan brengen. Claude Debussy aan Paul Gobert, 4 december 1904Een project, een droom.Drie componisten die, op ongeveer een eeuw afstand van elkaar, elk op hun manier zoeken naar kleuren en hoe die uit te drukken. Vier composities voor cello en klavier die evenveel manieren van uitvoeren onderzoeken: een origineel werk uitgevoerd op darmsnaren en met het klavier van de componist, een korte compositie voor klavier omgezet naar cello en klavier, een breed opgezette compositie voor cello en klavier met preparaties en tot slot een werk voor cello, klavier en electronica. Een staaltje van hoe muziek is geëvolueerd in een eeuw tijd, aan de hand van steeds dezelfde twee instrumenten. Een eeuw in kleur, zo lijkt het wel. De verschillende werken hebben één gemeenschappelijk kenmerk, namelijk dat ze deel uitmaken van een cyclus. Claude Debussy noemde de cellosonate ‘La première pour violoncelle et piano’, waarna hij van de geplande 6 enkel nog die voor fluit, altviool en harp en die voor viool zou voltooien. Daan Janssens’ compositie kadert in een cyclus van ( Paysages - études ) die tussen 2010 en 2015 tot stand kwam en waarvan (…nada) het derde deel is, en elk van de Trois Chants pour mieux voir van Jean-Luc Fafchamps staan als composities weliswaar op zich, maar ook gedrieën vormen ze één intens verhaal. De ‘Ouverture à la Française’ waarmee Debussy zijn cyclus van Sonates opent en waarmee hij openlijk verwijst naar de gouden dagen van barokmuziek van Rameau, Lully en Couperin, lijkt temidden de vernietigende oorlog een patriottische daad. Al gauw ontstaat evenwel een melancholische melodie, ondersteund door wat al eeuwenlang typerend is voor het lamento: de chromatisch dalende bas. Maar ook de in volgende delen komt de meesterlijke balorigheid van Debussy tot zijn recht: het Duitse koraal van Luther Ein’ feste Burg is unser Gott vormt hij om tot een gemodificeerd thema in het tweede deel en in de Finale citeert hij zowaar de Marseillaise! Dit alles komt in zekere zin ten goede aan de hedendaagse taal van Fafchamps en Janssens. Waar Debussy vanachter de verschillende maskers gniffelt om z’n eigen schalksheid - hij noemt het stuk zelf, dat gecomponeerd werd net na En blanc et noir voor twee piano’s en dat explicietere verwijzingen bevat naar hetzelfde koraal en dezelfde Marseillaise, een verborgen hommage aan zijn geliefde vaderland als een minieme maar intieme daad van verzet tegen de agressor - treden Fafchamps en Janssens in het voetlicht van hun eigen theater. Ze verklanken hun eigen verhaal in een veranderende wereld, die helaas gelijkenissen vertoont met de getroebleerde jaren 1915-1916 waarin Debussy’s late meesterwerken tot stand kwamen.Hoewel hij verknocht was aan Parijs, trok Debussy in de zomer van 1915 voor drie maanden naar Pourville-sur-Mer, een dorpje aan de Normandische kust waar eerder ook Monet vertoefde, getuige daarvan verschillende doeken van zijn hand. Muziek was net als vele andere kunstvormen onderhevig aan extreme veranderingen aan het begin van de 20ste eeuw. In vergelijking met Stravinsky - zonder Schoenberg, Webern of Berg te noemen - was Debussy misschien eerder een exponent van de traditionele garde dan een extreme nieuwlichter, maar wat hij op die enkele maanden tijd in Pourville neerpende zou bijna profetisch naar de toekomst wijzen, zoals zijn 12 Etudes voor klavier die hij voltooide net na de Sonate pour violoncelle et piano. Debussy vertrok met vernieuwde energie uit Pourville-sur-Mer, hoewel zijn sluimerende gezondheidsproblemen hem zeker al parten speelden. Vòòr het einde van het jaar zou darmkanker gediagnosticeerd worden en 3 jaar later, terwijl niet ver van zijn slaapkamer de Duitse bommen vielen, zou hij sterven. Wat een geluk dat die zomer in Pourville er was geweest en enkele meesterwerken had zien ontstaan, op een moment dat alles hem zo droef en lusteloos had geschenen maar hij ginds toch de moed had gekregen om een cryptische hommage te schrijven aan z’n land en aan zijn illustere voorgangers.En waar is de Franse muziek? Waar zijn onze oude klavecinisten met zo veel echte muziek? Zij hadden het geheim van die diepzinnige charme, van die emotie zonder epileptisch vertoon, die wij als ondankbare kinderen afwijzen… Claude Debussy aan Robert Godet, 14 oktober 1915De Elégie die Debussy schreef niet lang na de Sonate pour violoncelle et piano verklankt misschien nog meer zijn algemene gemoedstoestand aan het eind van zijn leven. De Sonate schreef hij nog in Pourville-sur-Mer, de Elégie kwam in een getormenteerd Parijs tot stand. Debussy zocht steeds opnieuw naar schoonheid, ook als die, in het verleden blijkt te liggen. Maar na een eeuw van pogingen om de waanzin een plaats te geven, te benoemen en te begrijpen zien we dat die waanzin geen nachtmerrie is, het is een realiteit die ons gebiedt te kiezen tussen twee extremen, tussen zwart en wit, tussen schoonheid en afschuw. Op die manier grijpen ook Janssens en Fafchamps terug naar een archetypische, klassieke taal die evenwel dadelijk organisch aangetast wordt, als besmet met de ons omringende realiteit.Muziek was voor Robert Schumann een afspiegeling van een betere wereld, verwant aan Plato’s verhaal van de grot. Ook voor Debussy geldt dat nog in zekere mate, al zien we dat de soms absurd harde werkelijkheid in zijn kleurenpalet binnensluipt. Bij Janssens en Fafchamps is de idylle doorprikt; wat nu nog van belang is, is het zoeken naar steeds meer middelen en kleuren om het hen omringende bestaan auditief om te kunnen zetten, hetzij dankzij preparaties in de piano, hetzij via electronica. De drie componisten zijn op die manier kinderen van hun tijd, want ook Debussy was gefascineerd door een experimenteel instrument. Zijn Blüthner die voor deze opname werd gebruikt, bezit het Aliquot Patent dat in het hoge register extra resonantiesnaren toevoegt aan de bestaande 3 snaren per aangeslagen noot, met een fijne glanslaag als resultaat. Maurice Dumesnil, een student van Debussy, schreef: “De toon die hij uit de Blüthner haalde was de lieflijkste, de meest ongrijpbare en hemelse die ik ooit hoorde. Hoe deed hij het?”.De keuze om voor één en hetzelfde project enerzijds op darmsnaren met een authentiek klavier te werken, en anderzijds preparaties en electronica met een moderne Steinway-vleugel te combineren met staalsnaren op de cello, is anno 2016 opnieuw experimenteel te noemen. Muziek was Debussy is een vlucht uit de waanzin van elke dag en weg van de aftakeling van zijn lichaam, terug naar orde, naar klassieke schoonheid. De schoonheid die wordt aangevreten door waangedachten en door de realiteit van het leven. Fafchamps en Janssens daarentegen verklanken des te meer de realiteit, ze verbergen zich niet achter maskers; temidden huidige chaos geven zij een sonore weerspiegeling ervan. Beste André Caplet,U bent een bijzonder mens … onverschrokken als een leeuw slaagt u erin om een piano, een cellist en een sonate te vinden, ze allemaal bij elkaar te zetten op enkele meters van de moffen…Dat is het soort elegante bravoure dat altijd typisch Frans is en zal blijven. Claude Debussy aan André Caplet 12 juni 1916(Benjamin Glorieux)DAAN JANSSENS (...nada.) 2015De vijfdelige cyclus (Paysages – études) ontstond tussen 2010 en 2015. De cylus bestaat uit drie kamermuziekwerken: - (Paysages – études) I voor cello en piano (2010), - (...nada.) – (Paysages – études) III voor cello, piano en live electronics (2015) - (Paysages – études) V voor fluit, cello en piano (2011) en twee ensemblecomposities: - (l’espace d’une page) – (Paysages – études) II voor cimbalom en acht instrumenten (2014)- (Paysages – études) IV, studie naar Maurice Maeterlinck, voor zeven instrumenten (2011). In de drie kamermuziekcomposities staan de cello en de piano centraal. Deze werken schreef ik voor Aton’ & Armide, het ensemble van cellist Benjamin Glorieux en pianiste Sara Picavet. De twee ensemblecomposities schreef ik beide in opdracht van het Spectra Ensemble.In (...nada.), de recentste en ook uitgebreidste compositie van de reeks – deze compositie duurt op zich bijna even lang als de vier andere delen van de cyclus samen – voegde ik aan de akoestische instrumenten elektronica toe. Het uitgangspunt van de elektronische partij werd daarbij gevormd door opnames van fragmenten van (Paysages – études) I en (Paysages – études) V, gespeeld door Benjamin Glorieux en Sara Picavet. Later voegde ik daar andere opnames aan toe, zowel van uitgeschreven muziek als van improvisaties van Benjamin en Sara. Doorheen de compositie gaan de live instrumenten en de elektronica op drie verschillende manieren met elkaar in dialoog. In een eerste deel is de instrumentale partij duidelijk van de elektronische lijn te onderscheiden. In het tweede deel versmelten beide partijen, wat uitmondt in het derde deel waarin de elektronica centraal staat. Na een lange elektronische ‘cadenza’ volgt tot slot een coda, die integraal gebaseerd is op het eerste deel van de hele cyclus. De instrumenten nemen materiaal over van de tweede beweging van (Paysages – études) I terwijl de elektronische partij integraal gebaseerd werd op opnames van datzelfde werk. (DJ)JEAN-LUC FAFCHAMPS'Trois chants pour mieux voir' 2013Sinds lange tijd vraag ik me af of het nog mogelijk is om iets als een melodie te schrijven... Vaak wordt dazt een soort mantra, niet in de zin van een zachte religieuze hypnose die tot een vorm van vergetelheid leidt, maar als een eenzame maar heldere klank die de muziek haar verlangen naar betekenis ontneemt, en een helderziengheid, verwant aan sjamanistische tradities, ervoor in de plaats schenkt. 'Liederen om beter te zien', dus... Net als oprispingen werpen zich her en der flarden expressieve klanken op, temidden vrije en quasi geïmproviseerde passages en zonder voorspelbare vorm. Het zijn een soort van intieme monologen, niettemin gelinkt aan een hermetische structurele organisatie.Enkele noten in de piano zijn 'geprepareerd' om op die manier twee karakteristieke kernmerken van het instrument te doen vergeten: het homogene timbre en de daarmee samenhangende getemperde stemming. Dit geeft ook aan de cello een expressieve vrijheid (qua microtonaliteit en klankkleuren) waardoor het geheel een zekere afstand neemt van typische duo-kamermuziek. Er ontstaat een vreemde dialectiek tussen conformiteit en het bizarre: de sfeer is noch conventioneel, noch totaal experimenteel...De compositie is opgebouwd als een triptiek en elk deel ontvouwt zich volgens spelregels die zelf ook evolueren, en op die manier is elk nieuw deel een ontkenning én een gevolg van het voorafgaande.... par en dessous (2011) is gebaseerd op de elastische tijdelijkheid van vrij overlappende stukken materiaal: de gongs en drones van de piano, enkele melodische lijnen en een paar sporadische erupties. In het midden van dit deel komt alles op z'n kop te staan, maar aangezien de instrumentenkleuren van klavier en cello niet omgewisseld kunnen worden (de één is discreet en getemperd, de andere met microtonale en steeds voortklinkende klank) wordt het vervolg op een volledig andere manier heropgebouwd en nu verdwijnt de muziek als in een oneindig zwart gat - het doet denken aan hoe een Prélude van Chopin zou klinken doorheen een loop van Risset... (Jean-Claude Risset is een franse componist van computermuziek. Hij ontwikkelde bijvoorbeeld melodische loops waarin elke stap hoger leek te gaan, terwijl in werkelijkheid de toonhoogte niet verandert)... derrière le mur (2013) is een poging om een melodie te ontwaren temidden een contrapuntisch geweven net dat kenmerken heeft van een perpetuum mobile. Maar telkens als een 'levend' stuk melodie zich aan die textuur wil onttrekken, verdwijnt het opnieuw.... en dedans (2013) is net als een 'oor' dat naar de 'binnenkant' luistert. Het is muziek die oproept tot contemplatie. Echter, de etherische melodieën en steeds veranderende akkoord-clusters verraden de innerlijke onrust die des te onverwachter losbarst. (J-L F)